Aanvoerder Wijnstekers over magere jaren: ‘Later besef je wat je hebt gemist’

0
9

In aanloop naar het EK voetbal spreken we vier aanvoerders over hun tijd bij het Nederlands elftal. Over waarom de bondscoach bij hen uitkwam, hoogte- en dieptepunten en wat het betekende om leider van Oranje te zijn. Vandaag het verhaal van Ben(nie) Wijnstekers, komende dagen dat van Danny Blind, Edwin van der Sar en Wesley Sneijder.

“In mijn twaalf, dertien jaar bij Feyenoord had ik nooit wat. Maar na het missen van het WK van 1986 raakte ik geblesseerd en speelde ik vijf wedstrijden niet. Puur omdat ik niet lekker in mijn vel zat en teleurgesteld was. En dat had alles met die mislukte kwalificatie te maken.”

Het is een groot gemis in de carrière van Ben Wijnstekers: hij speelde als international het EK van 1980 in Italië, maar als aanvoerder haalde hij met Oranje nooit een groot eindtoernooi.

De gelouterde oud-Feyenoorder was captain van het Nederlands elftal in een periode die nu bekend staat als de ‘magere jaren tachtig’. Van 1982 tot 1986 kwam Oranje telkens nét een punt of doelpunt tekort wanneer het eropaan kwam. Drie eindtoernooien op rij werden gemist.

In een skybox in de Kuip – “mijn vaste plekkie als Feyenoord speelt” – vertelt Wijnstekers gepassioneerd over die tijd. Ondanks het gemis aan grote successen heeft zijn periode als aanvoerder van Oranje veel voor hem betekend. “Je gooit niet alleen het muntje op aan het begin van de wedstrijd, het is veel meer dan dat. Je bent toch een soort verlengstuk van de coach.”

Coaches

Het ‘schoffie uit Rotterdam’ werd in 1982 door bondscoach Jan Zwartkruis (“een man van discipline en respect”) benoemd tot opvolger van de afzwaaiende captain Ruud Krol. Ook onder latere bondscoaches Kees Rijvers (“wel een aparte man hoor”) en Leo Beenhakker (“mijn beste trainer”) bleef Wijnstekers leider van het team.

Hij speelde 36 interlands voor Nederland, waarvan 19 als aanvoerder.

“Ik zeg altijd: ik was aanvoerder, maar niet de beste speler. Maar voor het totaal was het belangrijk dat je een goede balans in je team had en daar speelde ik als aanvoerder denk ik een belangrijke rol in”, aldus Wijnstekers.

“We hadden elkaar nodig en ik zei altijd waar het op stond. Ik ging altijd voorop in de strijd en spelers vonden het wel mooi als ik vertelde over hoe je moest omgaan met succes en tegenslag.”

Maar de mislukte kwalificatie voor het EK van 1984 en het WK van 1986 in Mexico doen Wijnstekers nog altijd pijn, geeft hij toe. Hij herinnert zich vooral de beslissende wedstrijd tegen België in de play-offs om kwalificatie voor ’86 nog goed. Gebarend beschrijft hij hoe Georges Grün Oranje vlak voor tijd in rouw dompelde.

“Eric Gerets kwam op en gaf de voorzet, en Grün kopt ‘m d’r zo in. Ik kon door de grond zakken, het was echt heel erg. Je beseft: ik heb zoveel interlands gespeeld, 36, je gaat er al vanuit dat je naar Mexico gaat en een WK gaat meemaken. Dat is het hoogste wat je kunt halen als speler. Maar in een minuut of vijf gaat dat verloren. Ik was er kapot van.”

Ook de sfeer in de kleedkamer was daarna om te snijden, weet Wijnstekers nog. Hij gooide z’n schoenen door de gang, anderen waren aan het schelden en vloeken. Daarna volgde een stilte en het besef dat ze het wéér niet hadden gehaald.

Wijnstekers schudt zijn hoofd. “Ze zeggen wel eens dat onze generatie die van ‘net niet’ was. We zaten tussen twee geweldige lichtingen in. Tussen die van Krol, Neeskens, Cruijff en Rep. En daarna Gullit, Rijkaard en Van Basten. In die tussenperiode heb ik ze allemaal meegemaakt. De een zwaaide af, de ander kwam er als jonkie bij. Maar grote successen hebben we nooit gehad.”

Het duel tegen de Belgen blijkt ook de laatste wedstrijd van Bennie Wijnstekers bij Oranje. Als speler én aanvoerder. Hij draagt de band over aan Ruud Gullit.

“Twee jaar nadat ik afzwaaide werden zij Europees kampioen. Het was fantastisch om te zien wat zij presteerden, je hebt toch een aantal jaar samen gevoetbald. Je beseft ook dan pas, misschien nu pas, hoe geweldig het is om aanvoerder van het Nederlands elftal te zijn geweest. Op dat moment was het normaal en ging je op in die sportwereld. Maar als je er nu over nadenkt…” Wijnstekers is even stil. “Ja, daar ben ik best wel trots op.”

Bron: nos.nl