Antony, Feyenoord en Cambuur: de tops en flops van de eerste seizoenshelft

0
82

162 wedstrijden, 481 goals, met PSV als koploper en PEC Zwolle als hekkensluiter. Na ruim vier maanden voetballen zit de eerste seizoenshelft in de eredivisie erop. Wat viel er in positieve en negatieve zin op? En wie is tot dusver de beste speler?

We maken de balans op – aan de hand van drie categorieën – met een aantal vaste volgers van de NOS: analisten Ibrahim Afellay, Theo Janssen en Pierre van Hooijdonk, verslaggever Joep Schreuder en commentatoren Arman Avsaroglu en Jeroen Elshoff.

De grootste verrassing

Het moge duidelijk zijn: de goede prestaties van SC Cambuur zijn niet onopgemerkt gebleven. De club uit Leeuwarden promoveerde afgelopen zomer naar de eredivisie en staat met negen overwinningen in achttien wedstrijden vooralsnog op een knappe achtste plaats.

Voor Afellay, Janssen, Avsaroglu en Elshoff is Cambuur dan ook de grootste verrassing van de eerste seizoenshelft. “Als je met zo’n begroting zo constant presteert, dan is dat echt knap”, zegt Afellay. “Er is ook niks gestolen, ze doen het met goed voetbal. En waarom zouden ze het niet vol kunnen houden?”

Elshoff: “Cambuur had een lange aanloop, omdat ze in het afgebroken coronaseizoen al bovenaan stonden in de eerste divisie. Daarom wisten we eigenlijk wel dat ze er van alle gepromoveerde ploegen het meest klaar voor waren. Maar dat het zo goed uit zou pakken, hadden we niet kunnen denken.”

Ook Van Hooijdonk is onder de indruk van Cambuur, net als van de andere gepromoveerde clubs: Go Ahead Eagles en NEC. “Toch is Feyenoord voor mij de grootste verrassing”, zegt de voormalig topspits. “En dan vooral door de manier van spelen. Ik had niet verwacht dat Arne Slot zo snel zijn stempel zou drukken.”

Voor Schreuder springt de waterdichte Ajax-defensie eruit. De huidige nummer twee kreeg tot dusver vier goals tegen; een evenaring van het record dat de Amsterdammers vestigden in het seizoen 1997/1998.

“Pas vier tegengoals, dat is niet normaal”, meent Schreuder. “Vroeger kreeg Ajax, ook onder coaches als Johan Cruijff, vaak best veel doelpunten tegen. Je kan natuurlijk zeggen dat de tegenstand niet goed is, maar het staat gewoon heel goed. Heel koel, heel solide. Wel bizar trouwens dat ze dan toch al twaalf verliespunten hebben.”

De grootste teleurstelling

Tegenover de verrassingen staan de teleurstellingen. Avsaroglu en Van Hooijdonk gaan voor een duidelijk zichtbare tegenvaller: het ontbreken van publiek in de stadions, nadat half november de coronamaatregelen weer werden aangescherpt.

“Dat is met name een teleurstelling na de eerste maanden, toen er wel supporters aanwezig waren”, verduidelijkt Avsaroglu. “Het gevoel is nu ook erger dan vorig seizoen. Toen was iedereen blij dat er überhaupt gevoetbald kon worden, maar nu hebben we weer aan volle stadions geproefd. Dat maakt de teleurstelling nu nog groter.”

“PEC Zwolle valt me het meest tegen, ik kan niet anders concluderen”, zegt Janssen. De hekkensluiter van de eredivisie zit in zwaar weer. Er werd pas één keer gewonnen en het gat met Sparta en Fortuna Sittard, die zestiende en zeventiende staan, bedraagt inmiddels zeven punten.

Janssen: “Eigenlijk hoort PEC rond plek 12 tot 14 te staan. Het voetbal is niet best en de trainerswissel werpt nog geen vruchten af. Dick Schreuder is een coach met een duidelijke filosofie. Hij wil dominant zijn aan de bal. Maar je zit bij PEC, niet bij Ajax. Vergeet dat idee maar even en zorg dat je punten gaat pakken, zou ik zeggen.”

Afellay is vooralsnog niet onder de indruk van PSV-doelman Joël Drommel, die afgelopen zomer de overstap maakte van FC Twente. “Hij pakt geen punten voor PSV. Bij elke tegengoal is er twijfel, zelfs als het niet zijn fout is. Iemand als Lars Unnerstall (FC Twente, red.), die PSV heeft laten gaan, straalt veel meer uit. Daar staat wat in het doel.”

Voor Elshoff springt FC Utrecht er in negatieve zin uit (“de terugval in de laatste weken is zorgelijk”) en Schreuder noemt AZ, dat zich na een moeizame start nog niet heeft kunnen mengen in de strijd om de bovenste plekken.

“En daar wil ik graag PSV aan toevoegen, vanwege de cruciale Europese wedstrijd tegen Benfica”, aldus Schreuder. “PSV was in die periode goed bezig, maar greep toch naast de Champions League. Dat was een zware dreun, een grote teleurstelling voor het Nederlands voetbal in het algemeen.”

De beste speler

In de categorie ‘beste speler’ gooien vooral Ajax-spelers hoge ogen. Avsaroglu en Van Hooijdonk zijn opnieuw eensgezind, met hun keuze voor de Braziliaan Antony. “Hij is qua statistieken misschien niet eens de beste, maar hij is wel de speler van wie je nu zegt: die gaat de Europese top halen”, vindt Avsaroglu.

“Antony is de beste, ook door zijn wedstrijden in de Champions League”, vult Van Hooijdonk aan. “Op dat podium was hij echt heel goed. Ondanks alle fratsen, het theatrale gedrag, is hij voor mij de beste speler op de Nederlandse velden in de eerste seizoenshelft.”

Volgens Afellay stelt zijn beste speler – rechtsback Noussair Mazraoui – Antony mede in staat om uit te blinken. “Die twee hebben een natuurlijke klik”, aldus Afellay. “Mazraoui speelt een heel constant seizoen. Het is ook veelzeggend dat er achterin bij Ajax de laatste weken veel geschoven moest worden omdat hij ontbrak.”

Ook Elshoff wijst een Ajacied aan als uitblinker: Steven Berghuis, vanwege diens beladen overstap van Feyenoord en succesvolle transformatie naar de tien-positie. Janssen gaat voor een speler van Heerenveen: middenvelder Joey Veerman.

“Dat is een fantastische voetballer”, meent Janssen. “Feyenoord is in de race om hem te kopen, ik hoop dat het snel rondkomt. Hij kan Feyenoord een stap verder helpen. Ik weet zeker dat Veerman daar binnen een paar weken in de basis zou staan.”

Intussen ziet Schreuder vooral het ‘collectief’ uitblinken. “Je kunt niet zeggen dat er een speler bovenuit springt”, vindt hij. “De beste speler is het team, bij Ajax, maar ook bij Feyenoord en PSV. Dat is dankzij de trainers. Die zijn niet zo van de exceptionele spelers, maar wel van de teams. Goede collectieven, dat is de eredivisie op dit moment.”

Bron: nos.nl