CL-winnaar Van Dijk bij Oranje: ‘Als er geen problemen zijn, verwacht ik te spelen’

0
138

Met applaus en gejuich werden Georginio Wijnaldum en Virgil van Dijk maandagavond binnengehaald door de selectie en staf van het Nederlands elftal. “Een geweldige ontvangst”, lacht Van Dijk. “Ze waren allemaal heel trots. Het is goed om hier te zijn.”

Afgelopen zaterdag wonnen beide spelers met Liverpool de Champions League ten koste van Tottenham Hotspur (2-0). Zondag werden Wijnaldum en Van Dijk door een half miljoen supporters gehuldigd in Liverpool, gisteren reisden ze naar Portugal waar ze vandaag voor het eerst op het trainingsveld stonden.

Donderdag neemt Oranje het in de halve finales van de Nations League op tegen Engeland. “Ik kan niet ontkennen dat we nog steeds superblij zijn”, zegt Van Dijk. “Het zal een tijd duren voor dat gevoel weg zal zijn. Maar we hebben een meeting gehad over Engeland en dan gaat die knop wel om.”

Bekijk hier hoe Van Dijk en Wijnaldum maandagavond werden ontvangen door de selectie van Oranje:

De stap van een euforisch Liverpool naar Oranje in Zuid-Portugal is voor Wijnaldum niet al te groot. “Het is de afgelopen jaren altijd zo geweest dat je je na het seizoen met de club moet melden. Maar vorig jaar hadden we de Champions League-finale verloren, dan heb je nergens zin meer in”, zegt de middenvelder over de eindstrijd van 2018 die met 3-1 werd verloren van Real Madrid.

Van Dijk: “Dit geeft een boost, we hebben er allemaal zin in. Vorig jaar kwamen we met een rotgevoel bij Oranje en speelden we de eerste wedstrijd ook niet. Nu zijn we er klaar voor en hopen we te spelen en de finale te halen.”

Koffie met Koeman

Beide spelers hebben woensdagochtend al met bondscoach Ronald Koeman gesproken, die wilde weten hoe fit de spelers uit de Champions League-finale zijn gekomen. “Het was een prima gesprek”, aldus Van Dijk. “Ik heb verteld dat ik gewoon wil spelen en ik hoop dat hij me wil opstellen. Als er geen problemen zijn vandaag, verwacht ik te spelen.”

Wijnaldum: “Ik kan ook spelen.”

Bron: nos.nl