Heracles hoopt op grote ommekeer, maar Fritz Korbach-effect krijg je niet zomaar

0
16

Heracles begint vanavond aan het eerste play-offduel met Excelsior om promotie en degradatie met een nieuwe trainer langs de lijn: assistent-coach René Kolmschot neemt de taken over van Frank Wormuth, die twee dagen geleden de laan werd uitgestuurd.

De Almeloërs hopen dat het nieuwe gezicht voor een schokeffect gaat zorgen, gezien de penibele situatie waarin Heracles zich opeens bevindt. Een effect dat in de geschiedenisboekjes van de voetbalsport doorgaans het Fritz Korbach-effect wordt genoemd.

Technisch directeur Tim Gillissen omschreef het maandag zo: “We willen iets teweegbrengen, er moet iets gebeuren. We hopen dat het tot een opleving gaat leiden, dat hiermee staf en spelers samen gaan komen en als een collectief wedstrijden gaan oppakken. En daarmee ons doel, volgend jaar in de eredivisie spelen, bewerkstelligen.”

Heeft een schokeffect zin?

Het is een bekend fenomeen in de voetballerij, de trainer vervangen als het slecht gaat, maar heeft dat op zo’n korte termijn – maximaal vier play-offwedstrijden – wel zin?

We vroegen statistiekenbureau Opta naar de cijfers over de afgelopen tien jaar van clubs die hun trainers in de tweede seizoenshelft wisselden. Wat leverde dat voor effect op in de eerste vier wedstrijden met een nieuwe coach?

Het korte antwoord: weinig. De 33 clubs die hun trainer in de afgelopen tien jaar na de winterstop vervingen, haalden voor de trainerswissel gemiddeld 1,1 punt en in de vier wedstrijden daarna eveneens 1,1 punt. Waarbij moet worden aangetekend dat het eerste gemiddelde natuurlijk over een veel langere reeks wedstrijden gaat.

Wel haalden 18 van de op een schokeffect hopende clubs (55 procent) na de trainerswissel meer punten dan daarvoor. In 45 procent van de gevallen presteerde een club met een nieuwe coach echter (nog) slechter.

Fritz Korbach-effect

Fritz Korbach is vermoedelijk degene die het fenomeen ’trainer-X-effect’ in het Nederlandse voetbal heeft geïntroduceerd. Dat deed hij in 1992 met een bijzonder kunststukje in Volendam. Hij nam daar het roer over van trainer André Stafleu, die in november met FC Volendam onderaan de eredivisie bungelde.

Onder de uiterst flamboyante en eigenzinnige Korbach kwam het zelfvertrouwen terug en bleef Volendam liefst vijftien wedstrijden ongeslagen. Uiteindelijk werd de club zesde, een evenaring van de beste prestatie uit de clubgeschiedenis. Het seizoen daarop was het effect overigens uitgewerkt en vertrok Korbach al voor de winterstop.

Een soortgelijke opleving veroorzaakte Jan van Staa in het seizoen 2005/2006 bij FC Twente. Hij volgde trainer Rini Coolen op toen Twente in de onderste regionen verkeerde, haalde 20 punten uit zijn eerste 8 wedstrijden en plaatste zich met Twente uiteindelijk zelfs voor Europees voetbal. In Twente wordt daarom nog graag gesproken over het Jan van Staa-effect.

Maurice Steijn-effect

Maar dan de afgelopen tien jaar. Welke trainer zorgde in de recente geschiedenis voor het grootste, positieve effect? De top-3 wordt aangevoerd door Maurice Steijn, die het stokje bij Sparta vervroegd overnam toen Henk Fraser vorige maand opstapte.

Fraser was boos omdat de clubleiding assistent-coach Aleksandar Rankovic wilde vervangen om, jawel, “een schokeffect te creëren”. Dat effect kwam er, op een andere manier. Onder Steijn werd in vier duels drie keer gewonnen en één keer gelijkgespeeld en wist Sparta op sensationele wijze degradatie te ontlopen.

Opvallend is dat Fraser in 2014 juist weer voor een positief effect zorgde toen hij Steijn bij ADO Den Haag verving.

Ook Jaap Stam wist na tussentijds instappen bij PEC Zwolle meteen tien punten uit vier wedstrijden te pakken. Erik ten Hag lukte dat in 2018 bij Ajax eveneens, als opvolger van Marcel Keijzer. Maar gemiddeld – Keizer haalde 2,3 punt per wedstrijd en Ten Hag 2,5 – was de toename iets bescheidener.

Ole Tobiasen-effect

In bijna de helft van de gevallen gaat het na een trainerswissel echter helemaal niet beter. Welke trainers deden het de afgelopen tien jaar het slechtst nadat ze in de tweede seizoenshelft een trainer vervingen die vanwege slechte resultaten was vertrokken?

De winnaar is Ole Tobiasen, die eind januari van dit seizoen Johnny Jansen opvolgde als trainer van sc Heerenveen en prompt de eerste vier wedstrijden verloor. Schokeffect of niet, Tobiasen wist zich uiteindelijk wel met Heerenveen te plaatsen voor de play-offs om Europees voetbal.

Maar dat zijn allemaal maar cijfers. Vanavond zal Heracles het op het voetbalveld moeten laten zien. Weten de Heraclieden zich via Excelsior en vervolgens ADO Den Haag of FC Eindhoven alsnog in de eredivisie te handhaven, dan zal er in Almelo voortaan misschien wel worden gesproken over het René Kolmschot-effect.

Bron: nos.nl