Hinault: ‘Joop had pech, hij had eerst Merckx voor zich en daarna mij’

0
26

Het is een verbluffende statistiek. Tussen 1970 en 1982 eindigt Joop Zoetemelk twaalf keer in de toptien van de Tour de France. Liefst zes keer wordt hij tweede. Maar winnen? “Joop is een geweldig kampioen”, stelt zijn eeuwige rivaal, Bernard Hinault, veertig jaar later. “Maar hij had pech dat hij eerst Eddy Merckx voor zich had en daarna mij.”

Toch wint Zoetemelk, als tweede Nederlander ooit, uiteindelijk op 20 juli 1980 de Tour de France. Merckx was toen al gestopt en Hinault, na Merckx wellicht de beste renner aller tijden, viel tijdens die Tour uit met een knieblessure.

“Het was heel terecht dat Joop die Tour won. Hij was de meest strijdlustige van ons, vergeleken met Merckx en met mij. Hij gaf zich nooit gewonnen.”

De zege van Zoetemelk kwam niet makkelijk tot stand. Het zag er in de eerste weken van die 67ste editie bepaald niet naar uit dat het zijn Tour zou gaan worden. “Juist daarom is het zo mooi om nog eens in die ronde te duiken”, zegt Radio Tour-commentator Sebastiaan Timmerman.

“Hinault begon heel sterk aan de ronde. Joop had niet veel slechter kunnen beginnen.”

Valse start

Bij de proloog in Frankfurt gaf Zoetemelk meteen al bijna een halve minuut toe op de Fransman. Een valse start voor de 33-jarige Hagenaar, die een half jaar eerder bij de Raleigh-ploeg had getekend omdat hij toch eindelijk eens een keer de Tour wilde winnen. En bij de ploeg van Peter Post zou hij kunnen profiteren van een sterke ploegentijdrit.

Maar Zoetemelk was dat jaar al slecht uit de Ronde van Zwitserland gekomen en werd bovendien nog ziek in de aanloop naar de Tour. Met het tijdverlies op de openingsdag erbij, daalde het geloof in de kansen van Zoetemelk flink binnen de Raleigh-formatie.

Bovendien had Post meer grote namen meegenomen naar Frankrijk: Jan Raas, Gerrie Knetemann, Henk Lubberding – zij dachten allemaal ook aan eigen (dag)succes.

Scheldkanonnade van Raas en co

Hinault won vervolgens ook de langere tijdrit op dag vijf en pakte daarin nog eens 1.16 minuut. Maar de rapen waren pas echt gaar na de zesde dag, waarop Zoetemelk de slag miste en Hinault wederom uitliep.

Het verschil tussen de twee in het klassement was na een week al opgelopen tot 3 minuten en 43 seconden. De Raleigh-renners waren woedend.

Lubberding kan zich die dag nog goed herinneren. “Ik kwam samen met Joop over de meet. Ruim twee minuten na Hinault. Toen we goed en wel in de auto zaten, kwam Raas eraan en die trok me toch van leer. De haren van Joop gingen recht overeind staan.”

‘Dat deed wel iets met Joop’

De hele ploeg had zich die dag weggecijferd voor Zoetemelk, inclusief Raas die zijn eigen kansen op ritwinst overboord had gegooid, maar toch miste Zoetemelk de slag. “Dat ging er flink op. En toen kwam Priem ook nog. En ‘s avonds aan tafel de Kneet nog een keer, die wou zich ook nog even laten horen.”

“Nou, dat deed wel iets met Joop, daar ben ik van overtuigd. Niet dat hij er meteen harder van ging fietsen, maar hij kon wel voelen dat we toch met hem begaan waren.”

Of het de woede was of niet, de Nederlandse Raleigh-renners wonnen daarop liefst zeven van de volgende acht etappes.

Elf ritzeges voor Nederland, uniek

De teller voor Nederland in die Tour stokte uiteindelijk pas bij elf ritzeges. Een unieke prestatie. “En met Joop ging het na die kasseienrit langzaam beter”, weet Timmerman.

“Nadat ook de tweede ploegentijdrit was gewonnen, op de achtste dag, kantelde het momentum. Joop kwam erdoorheen en pakte tijd terug op Hinault, de ploeg kreeg weer vertrouwen in hem en vanaf toen ging het goed.”

Ondertussen kampte Hinault met een slepende blessure, opgelopen in diezelfde kasseienrit waarin Zoetemelk minuten verloor. Alleen werd de ernst van die kwetsuur zo lang mogelijk stilgehouden.

Knie Hinault aan gort

“Die kasseienrit op de zesde dag bleek uiteindelijk het sleutelmoment van die Tour te zijn”, weet Timmerman. “Als Hinault daar zijn knie niet aan gort had gereden, krijg je een heel andere afloop.”

Hinault had een hekel aan kasseien. Hij trachtte tevergeefs de stroken uit het parcours te krijgen, maar ving bot bij toenmalig Tourdirecteur Felix Levitan.

“Daarna heeft hij geprobeerd om de boel te mobiliseren in het peloton. In eerste instantie lukte dat ook. Raas gaf zijn fiat namens Raleigh, maar ergens in de etappe reed de Raleigh-ploeg toch opeens met z’n vijven in de kopgroep en toen dacht Hinault: prima, dan doe ik mee ook.”

“Het werd een helse rit, over de kasseien en door de regen, waarin Hinault uitstekende zaken deed. Hij won die rit en liep uit, maar forceerde daarbij ook zijn knie.”

Naarmate de Pyreneeën naderden, kreeg de Fransman steeds meer last van zijn gewricht. Hij wist dat hij Parijs niet zou halen.

Sluwe vos

Na de individuele tijdrit in de elfde etappe, waarin Zoetemelk 1.39 terugpakte op de Fransman, besloot Hinault – in de gele trui – op te geven.

Bekijk hieronder een documentaire over de Tourwinst van Zoetemelk:

Over de manier waarop Hinault de Tour verliet, werd nog lang nagepraat. Pas om 22.30 uur ‘s avonds kwam naar buiten dat de Breton had opgegeven. Als een dief in de nacht was hij vertrokken uit Pau.

Nu zegt Hinault daarover: “Ik wilde niet dat mensen medelijden met me hadden. Het was mijn probleem, niet van de pers of het publiek. Veel journalisten namen het me kwalijk. Ik heb paniek gezaaid, maar ik heb er geen spijt van.”

Timmerman weet dat Hinault ook nog een andere wedstrijd in gedachten had. “Het WK later dat jaar. Dat won hij uiteindelijk ook. Maar het blijft een sluwe vos. Hij kan er nog steeds van genieten als hij praat over hoe hij het journaille een loer draaide door er stiekem tussenuit te muizen.”

De Tour ging nog tien dagen verder. Zonder Hinault. En ook even zonder geletruidrager. Want hoewel Zoetemelk nog diezelfde avond de gele trui kreeg van de Tourdirectie, weigerde hij om het kleinood de volgende dag aan te trekken.

“Ik voel me niet de nummer één. Bernard was dat gisteren en dat blijft hij tot vanavond”, zei Zoetemelk voorafgaand aan de dertiende rit.

Hoewel Zoetemelk nog twee keer even in de problemen kwam – onder meer door de valpartij met Johan van der Velde op Pra Loup – kon de overwinning hem niet meer ontgaan.

Hinault: ‘Je hebt me veel last bezorgd. Bedankt daarvoor’

Na veertig jaar praat Hinault lovend over zijn oude rivaal. “Het was logisch dat Joop zou winnen in 1980. Met al z’n titels, en hij was al vaak tweede geworden. Ik heb altijd gezegd dat hij veel pech had. Eerst had hij Eddy Merckx voor zich en toen mij. Wat een pech.”

“Ik heb altijd goed contact met hem gehad. Ook destijds. We mogen elkaar, we zijn goede vrienden. Onze vrouwen kennen elkaar, dat is ook heel belangrijk.”

In de camera zegt Hinault tenslotte: “Joop, je bent een geweldige kampioen. Je bent iemand die me veel last heeft bezorgd. Bedankt daarvoor.”

Bron: nos.nl