Luxecrisis bij FC Utrecht: ‘Als je wat uitspreekt, wil achterban meteen resultaat’

0
96

Hij had het zelf niet eens bedacht, maar toch heeft Hans van Breukelen nog steeds geen moment spijt dat hij ooit het gezicht werd van The Challenger. FC Utrecht als uitdager van de gevestigde orde in het Nederlandse voetbal, zijn eerste klus als technisch beleidsbepaler.

Daar begon het allemaal mee, een kwart eeuw geleden. Torenhoge ambities in de Domstad, maar slechts sporadisch een sportieve uitschieter. Vandaag de dag praat de club zichzelf met een zevende plek al een crisis in.

“De situatie van toen was in geen enkel opzicht te vergelijken met die van nu”, zegt Van Breukelen. “Qua timing was het destijds niet goed om zoiets te roepen, richting de toekomst wel. Maar je weet hoe het gaat in de voetballerij als je wat uitspreekt. Dan wil de achterban meteen resultaat zien.”

Fans wachten de bus op

En in Utrecht laten ze zich horen ook. Na de bekeruitschakeling door NAC Breda wordt de spelersbus door woedende supporters opgewacht.

“De supporters zijn zo cynisch als de pest. Die betrokkenheid is het leuke en het lastige tegelijk. Daarom is het zaak dat er altijd goed gecommuniceerd wordt”, aldus Van Breukelen. “Er ligt inmiddels een goede voedingsbodem. Die Challenger komt weer om de hoek kijken, maar de basis is nu veel beter dan in mijn tijd.”

Neem alleen al de selectie. Toen Van Breukelen in 1997 werd aangesteld als technisch directeur, had FC Utrecht zelfs een paar seizoenen tegen degradatie gestreden. Hoogste tijd dus om de organisatie op de schop te nemen. Onder leiding van hoofdsponsor Fortis werd een groots plan bedacht.

Van Breukelen werd tevens het gezicht van het project, waarbij de successen die hij als keeper had behaald het optimisme in de Domstad buitenproportioneel voedden.

“Ik weet nog dat hoofdtrainer Ronald Spelbos naar me toe kwam en zei: ‘Hans, wat heb je nu allemaal gezegd?’ De enige spelers in de selectie die echt waarde vertegenwoordigden, waren Harry Decheiver en Michael Mols.”

Drie bekerfinales

Uiteindelijk werd in die periode wel de basis gelegd voor een team dat drie opeenvolgende bekerfinales speelde en er twee won. Spelers als Harald Wapenaar, Patrick Zwaanswijk, Etienne Shew-Atjon, Pascal Bosschaart en Dirk Kuijt werden zelfs transfervrij gehaald, maar Van Breukelen maakte de oogst van zijn beleid zelf niet meer mee in zijn functie.

En na succes komen financiële problemen, ook weer zo’n repeterend verhaal in Utrecht. “Maar nu hebben ze gelukkig Frans van Seumeren.”

Bij een topsportcultuur hoort druk, benadrukt Van Breukelen. Als bedrijfscoach en ‘mentale vernieuwer’ spreekt hij duidelijke taal. Hij schudt de wijsheden zo uit zijn mouw: “If you can’t stand the heat, get out of the kitchen.”

De huidige trainer René Hake stelde na de beschamende bekeruitschakeling door NAC Breda zijn eigen positie ter discussie. “Als spelers het niet meer in me zien zitten, moeten ze het maar zeggen.”

Het frappante is dat diezelfde Hake sinds zijn vaste aanstelling bij FC Utrecht na Dick Advocaat, John van den Brom en Erik ten Hag de best presterende trainer uit de clubgeschiedenis is. Een nuchtere Drent, die zijn werk in alle reuring bij FC Utrecht dus eigenlijk onopvallend goed doet.

Hake is niet de trainer die bij thuiswedstrijden met een armgebaar het publiek opzweept, zoals er in het verleden meerderen langs de lijn stonden. “Op mij komt hij deskundig en onverstoorbaar over”, aldus Van Breukelen. “En dat heb je wel nodig.”

Maar toch is het niet vreemd dat de achterban betere resultaten verwacht, bekent ook Hake. Dan rijst natuurlijk de vraag of dat met de huidige middelen reëel is. Of dat de club misschien niet beter kan.

Trainer René Hake, zelfkritisch na de teleurstellende remise bij Fortuna Sittard afgelopen zaterdag:

“De ambities in Utrecht hebben me altijd aangesproken, die passen ook bij een club uit de vierde stad van het land. Een beetje opportunistisch misschien. En dan voetballen met het hart. Als je dan een keer verliest, heb je tenminste het gevoel dat je er alles aan gedaan hebt.”

Op het randje tegen Ajax

Weer woonachtig in het midden van het land volgt Van Breukelen zijn eerste profclub nog op de voet, de plek waar hij bijna alles leerde. En als commissaris is hij nu werkzaam bij PSV, die andere grote liefde in zijn voetballeven.

“Als het kan, zit ik graag op de tribune. Die bekerwedstrijd tegen Ajax van twee jaar geleden in Stadion Galgenwaard was eigenlijk precies zoals het zou moeten zijn. Op het randje, publiek er vol achter. Helaas werd de finale nooit gespeeld. Spelen om een prijs had voor de club een enorm verschil gemaakt in deze tijd.”

Vanuit alle frustraties in het door corona vergalde jubileumjaar werd volgens Van Breukelen ook iets moois geboren. De getergde clubeigenaar Van Seumeren wilde serieus de aanval op de topdrie inzetten.

“FC Utrecht moest worden hoe Max Verstappen zich profileerde in de Formule 1. Ik vind het juist fantastisch dat ze zich op die manier hebben durven uitspreken. Van Seumeren heeft draagvlak voor de club gecreëerd, Jordy Zuidam heeft een uitstekende selectie neergezet. Dan is dit een gezonde ambitie. De lat moet constant hoog liggen.”

Bron: nos.nl