Nederlandse invasie bij Hertha BSC: ‘I don’t speak German. Ich verstehe ein bisschen’

0
8

“Oh, no! I don’t speak German. Ich verstehe ein bisschen.” Tijdens zijn presentatie bij Hertha BSC begin augustus werd duidelijk dat Deyovaisio Zeefuik nog wat lesjes Duitse taal nodig heeft. Alhoewel, bij de Berlijnse club lijkt de voertaal bijna Nederlands.

“Er zijn hier inderdaad een aantal spelers die Nederlands kunnen verstaan”, beaamt de van FC Groningen overgekomen Zeefuik lachend, nadat hij met zijn nieuwe club een oefenduel met Ajax heeft verloren (1-0). Over de Nederlandse enclave bij Hertha later meer.

Want het is een vreemde voetbalavond in de Johan Cruijff Arena. Er mogen vanwege de coronamaatregelen 6.000 fans aanwezig zijn, netjes verdeeld over het stadion. Ze mogen niet zingen of juichen en na een doelpunt mag er alleen geklapt worden.

Dat heeft als gevolg dat de wedstrijd klinkt alsof je op een druilerige zondagochtend in een wereld zonder corona bij een derdeklasser langs de lijn staat. De tribunes lijken op een matig gevulde bioscoopzaal bij een slechte film op diezelfde druilerige zondag.

Na afloop van de wedstrijd gaat het voornamelijk over Ajacied Daley Blind, die twaalf minuten voor tijd in elkaar zakt, als zijn interne defibrillator afgaat. De Nederlanders in Duitse dienst krijgen dat eigenlijk niet mee.

Voor Zeefuik was de wedstrijd, zoals vooraf afgesproken, al na 45 minuten klaar. Waar hij bij Groningen uitgroeide tot een razende rechtsback met een enorme drang naar voren, blijft zijn taak tegen Ajax vooral beperkt tot verdedigen.

Hij vecht duels uit met Ajax-aanvoerder Dusan Tadic, fysiek gezien een van de sterksten op het veld. Zeefuik staat zijn mannetje. “Verdedigen stond ik goed, maar aanvallend had ik weinig opties.

De verdediger met de kenmerkende lage sokken wil wel naar voren, maar kan vaak simpelweg de bal niet kwijt. “Dan moest ik ‘m weer teruggeven of geforceerd naar voren trappen. Daar moeten we aan werken, want mijn doel is dit seizoen om in beeld te komen bij Oranje.”

Karim Rekik

Een andere Nederlander bij Hertha wordt in die eerste helft wel gevaarlijk in aanvallend opzicht. Een kopbal van centrumverdediger Karim Rekik gaat maar net over het doel van Maarten Stekelenburg. Verder speelt Rekik een solide, maar onopvallend duel.

In Nederland kennen we hem van zijn tijd bij PSV en de manier waarop hij in 2015 de landstitel op het Stadhuisplein vierde, door de fans zijn eigen naam te laten zingen (“Karim Rekiki”). Na dat uitzinnige feest vertrok hij naar Olympique Marseille. In 2017 sloot hij aan bij Hertha BSC.

“Ik voel me hartstikke thuis in Berlijn en bij deze club. En er komen elk jaar nieuwe Nederlanders bij, dus dat is alleen maar gezellig”, vertelt Rekik in de catacomben van de Johan Cruijff Arena, waar naast Zeefuik en Rekik nog twee landgenoten minuten maken voor Hertha.

Nog meer Nederlanders

In de tweede helft is het namelijk de beurt aan aanvallers Javairô Dilrosun en Daishawn Redan. De 22-jarige buitenspeler Dilrosun maakte eind 2018 onder toenmalig bondscoach Ronald Koeman zijn debuut bij Oranje in het Nations League-duel met Duitsland.

De 19-jarige spits Redan werd afgelopen halfjaar verhuurd aan FC Groningen, maar daar kwam hij niet verder dan vijf duels, omdat de competitie werd stilgelegd vanwege het coronavirus.

Beide aanvallers maken een gretige indruk. Dilrosun miste het eind van het seizoen door een spierblessure en laat in Amsterdam zo nu en dan wat van zijn technische vernuft zien.

Redan, een jongen met doorgaans een neusje voor de goal, had zeker kunnen scoren tegen Ajax. Eerst treuzelt hij te lang, waardoor Perr Schuurs nog net kan ingrijpen, kort daarna raakt hij de paal.

Dus we hebben Zeefuik, Rekik, Dilrosun en Redan; vier Nederlanders bij Hertha BSC. Maar er is er nog één. “Ja klopt, mijn broertje zou er eigenlijk ook bij zijn vandaag”, zegt Rekik. “Maar hij was nog niet getest op het coronavirus en dat was een voorwaarde om af te reizen.”

Rekik junior komt eraan

De 18-jarige Omar Rekik timmert – op dezelfde positie als zijn grote broer – stevig aan de weg bij Hertha en zit dicht tegen zijn Bundesliga-debuut aan. “Het gaat echt goed met hem, leuk om te zien”, aldus Rekik senior, zelf nog altijd pas 25 jaar.

Daar waar Karim ging, daar was Omar. In de jeugd van Feyenoord, Manchester City, PSV, Olympique Marseille en nu dus Hertha. Overal waar grote broer Rekik kwam te voetballen, sloot Omar zich aan in de jeugd. Inmiddels heeft hij ook al jeugdinterlands achter zijn naam.

Omar Rekik blijkt net als zijn broer over verdedigend talent te beschikken. Volgens Eindhovens Dagblad hebben meerdere eredivisieclubs hun interesse al kenbaar gemaakt. “Dat heb ik ook gelezen”, aldus Karim Rekik.

Tijdens zijn verhuurperiode bij PSV, waar hij met succes het centrale duo vormde met Jeffrey Bruma, speelde de oudere Rekik zich zelfs in de kijker bij Oranje, waar hij tot nu toe vier duels voor speelde.

“Het enige advies dat ik Omar kan geven, is dat hij zich ergens direct goed bij moet voelen als je een stap maakt. Toen ik voor het eerst bij PSV kwam, voelde het meteen goed en had ik zoiets van: hier zie ik mezelf wel elke dag komen.”

Bron: nos.nl