Ook Alaphilippe, favoriet voor ‘Luik’, was ooit een veldrijder

0
172

Het is het voorjaar van de (oud-)veldrijders. Is het niet Mathieu van der Poel die opzien baart, dan is het wel Wout van Aert die ereplaatsen aaneenrijgt of Zdenek Stybar die klassiekers wint. Maar er is nog een voormalig veldrijder die dit voorjaar domineert: Julian Alaphilippe.

De Fransman werd in 2010 tweede op het WK veldrijden voor junioren. En hij stond vaker op het podium bij veldritten totdat hij in 2013 de overstap maakte naar de weg en bij de ploeg van Patrick Lefevere uitkwam.

Zondag is hij favoriet in Luik-Bastenaken-Luik. Zoals hij ook vorige week favoriet was voor de Amstel Gold Race. Hij was ook een eind op weg om de race te winnen, totdat er ene Van der Poel voorbij kwam razen. Nog even terug naar zondag; wat gebeurde daar nou volgens Alaphilippe?

“In mijn optiek was de achtervolgingsgroep heel sterk. Er reed de hele tijd wel iemand voor die groep uit, ze hadden dus een richtpunt”, verklaart Alaphilippe het voordeel dat het groepje met Van der Poel de laatste kilometers had. “Ik reed vooraan met Fuglsang volle bak, maar hij stopte de laatste drie kilometer met meewerken. Ik bleef wel trappen, maar minder snel dan de groep achter mij. Uiteindelijk bleek de race tweehonderd meter te lang.”

Het klinkt koeltjes, bijna een week na de wedstrijd. Maar in de bus van Deceuninck moet er hevig gevloekt zijn. De teamleiding bekritiseerde naderhand openlijk de koersdirectie. Die bemoeide zich volgens teambaas Patrick Lefevere in de laatste kilometers met de wedstrijd, reed in een auto op een plek waar hij niet moest zitten.

Wakker

Alaphilippe doet deze biecht: “Ik lag er die nacht nog wel even wakker van. Maar de dag erna was ik weer gefocust, op de Waalse Pijl van woensdag.”

Lang hoeft de 26-jarige er ook niet bij stil te staan. Zijn jaar kan al niet meer stuk met zeges in de Strade Bianche, Milaan-Sanremo en afgelopen woensdag de Waalse Pijl. En het is nog niet eens een jaar geleden dat hij twee Touretappes won, het bergklassement in Frankrijk op zijn naam schreef en even later ook nog zegevierde in Clásica San Sebastián.

Geen slecht palmares voor iemand die uit het veldrijden komt. Heeft hij zijn prestaties nu te danken aan die afkomst? “Op technisch vlak was hij als junior al een artiest op twee wielen”, vertelt Alexandre Carré van de plaatselijke fietsenzaak van Alaphilippe in het tijdschrift Sportmagazine. “Over balkjes springen, de bochten heel kort afsnijden, virtuoos dalen, hij beheerste het allemaal.”

Hij komt niet uit een wielergezin, maar raakt in zijn jeugd geïnspireerd door zijn neef Franck, die de sport uitoefent. Het blijkt een gouden greep. Ook omdat iets anders doen lastig blijkt voor Alaphilippe. “Urenlang stilzitten op de schoolbanken was voor hem gewoonweg onmogelijk. Zijn hyperactief gedrag had hem ook al parten gespeeld op de muziekschool”, vertelt zijn neef, die ook zijn trainer en vriend is, in hetzelfde tijdschrift. “Rustig op een stoel blijven zitten, dat kan hij niet.”

Het past bij de naam die hij heeft in het peloton. Ook in wedstrijden kan hij zich niet altijd inhouden. Hij is ook iemand die uitdagingen nodig heeft. Zijn nieuwste uitdaging? Uitgroeien tot een ronderenner. Want dat heeft hij in zich, denkt Alaphilippe zelf sinds de afgelopen Tour.

Hij is er speciaal voor verhuisd naar Andorra, waar hij kan trainen op lange beklimmingen. “Hij woont daar om vooruitgang te boeken in het hooggebergte. Zaak is wel dat hij niet inboet op zijn kwaliteiten als puncher, want in het klimwerk zal hij andere spiervezels aanspreken. Er zijn renners die bewezen hebben dat de twee samen kunnen gaan, zoals Alejandro Valverde.”

Alaphilippe werd al eens tweede en als eens vierde in Luik, maar dat was op de oude aankomst in Ans. Zondag ligt de laatste heuveltop al op dertien kilometer van de aankomst. “Ik hoop dat daardoor het koersverloop verandert”, zegt Alaphilippe. “Ik hoop dat er meer gekoerst wordt, met meer aanvallen. Een echte race.” Want dan hoeft Alaphilippe zich ook niet in te houden.

Bron: nos.nl