Op sushi en zelfvertrouwen zette ‘Rocky’ Verkerk Roland Garros naar zijn hand

0
25

In het voorjaar van 2003 smulde de tenniswereld van het sprookje van Martin Verkerk op Roland Garros. De 24-jarige blonde reus uit Alphen aan den Rijn had nog nooit een wedstrijd gewonnen op een grandslamtoernooi. Maar in twee weken tijd wist hij alle aandacht op zich te vestigen, met zijn vurige mimiek, fanatieke vuistjes en sensationele zeges.

Zelfs John McEnroe, niet vies van wat show op de tennisbaan, was onder de indruk: “Het is net Rocky”, aldus de Amerikaanse tenniskampioen.

Martin Vriesema was destijds tennisverslaggever van de NOS. Zonder grote verwachtingen was hij afgereisd naar Parijs om de Nederlanders te volgen. Vier mannen namen deel aan het enkelspel: Sjeng Schalken, Raemon Sluiter, John van Lottum en Verkerk.

Die laatste debuteerde op Roland Garros. “Martin had dat voorjaar wel een paar mooie resultaten geboekt, maar eigenlijk dachten we voor elke partij dat het de laatste zou zijn.”

De eerste drie ronden kwam Verkerk ongeschonden door, al kreeg hij in de tweede ronde tegen de Peruaan Luis Horna wel drie matchpoints tegen.

Vriesema weet het nog precies. “Verkerk speelde op zo’n achterafbaantje en destijds moesten wij met onze eigen camera filmen. De matchpoints hebben we keurig gefilmd. Maar Verkerk ramde ze alle drie weg en won – voor het eerst – in vijf sets.”

“Ik had die matchpoints van Horna gewist om ruimte te sparen voor de andere partijen die ik moest doorsturen naar Hilversum. Terwijl het daar al had kunnen eindigen.”

En toen begon voor Verkerk, die steeds beter in het toernooi kwam, het echte werk.

Vierde ronde: Rainer Schüttler (6-3, 6-3, 7-5)

De als elfde geplaatste Rainer Schüttler had eerder dat jaar nog de finale van de Australian Open gespeeld. Op Wimbledon zou hij een paar weken na het graveltoernooi in Parijs de halve finales halen. Maar tegen Verkerk was de Duitser kansloos.

Vriesema: “Op Roland Garros had je vier perszaaltjes. Nummer een was voor de toppers, nummer vier was een soort washok. Na die zege op Schüttler promoveerde Verkerk naar zaal twee.”

De overwinning had nog een ander voordeel. “Schüttler was de laatste Duitser in het hoofdtoernooi. Toen hij werd uitgeschakeld, vertrok de Duitse televisie. Hun studio heeft de NOS later kunnen huren.”

Kwartfinales: Carlos Moya (6-3, 6-4, 5-7, 4-6, 8-6)

Carlos Moya, de Spaanse nummer vier van de wereld, had Roland Garros in 1998 gewonnen en gold ook in 2003 als titelfavoriet. Maar Verkerk was beter, met 8-6 in een zenuwslopende vijfde set.

Vriesema: “Dat was sensationeel. Opeens bleek Verkerk ook mentaal heel sterk te zijn. Zo’n zege moest natuurlijk gevierd worden en dus ging hij die avond met zijn familie naar een nachtclub in Parijs. Ook Moya zat er zijn verdriet te verdrinken. Toch kwam hij nog even naar de tafel van Verkerk om hem nogmaals te feliciteren.”

Halve finales: Guillermo Coria (7-6, 6-4, 7-6)

In de halve finales stuitte Verkerk op de 21-jarige Guillermo Coria, de ‘rising star’ van het internationale graveltennis. Coria was elf duels op rij ongeslagen en in de kwartfinales in Parijs maakte hij korte metten met Andre Agassi.

Tegen Verkerk gold de Argentijn dan ook als torenhoge favoriet. Maar in de tiebreak van de eerste set gooide hij zijn eigen glazen in.

Vriesema: “Coria raakte vroeg in de wedstrijd gefrustreerd en gooide zijn racket naar de zijkant. Daarbij raakte hij een ballenmeisje. Een doodzonde. Normaal worden spelers daarvoor gediskwalificeerd, maar Coria had mazzel en mocht verder spelen. Maar hij was geen moment zichzelf.”

Verkerk won in drie sets en na het laatste punt stortte hij snikkend ter aarde. “Toen keken we elkaar wel even aan: is die ontlading niet te groot? Het is pas de halve finale.”

Finale: Juan Carlos Ferrero (6-1, 6-3, 6-2)

Op 8 juni 2003 stond voor het eerst sinds Richard Krajicek op Wimbledon in 1996 weer een Nederlander in de finale van een grandslamtoernooi.

De avond daarvoor schoven Verkerk en coach Carr aan bij Jack van Gelder. “Af en toe kijk ik naar mezelf in de spiegel en dan lach ik: man, waar ben je mee bezig? Maar je mag niet tevreden zijn. Want als je met een tevreden gevoel de baan opgaat tegen Ferrero, dan red je het niet”, blikte Verkerk vooruit.

Maar toen, op die allesbeslissende dag, ging het regenen. De service en de snoeiharde backhand, de wapens van Verkerk, werkten niet meer op het traag geworden gravel. En de Spanjaard Ferrero, een jaar eerder verliezend finalist, was gewoon een klasse beter.

“Heb ik weer”, verzuchtte Verkerk na afloop. “Krajicek had tenminste nog een vrouwelijke streaker. En ik? Ik krijg een kerel”, verwijzend naar de naakte man die de eindstrijd nog opschudde.

Zo goed als die twee weken in Parijs zou Verkerk nooit meer spelen. Een hardnekkige schouderblessure gooide roet in het eten. Depressies volgden. Vriesema bleef hem volgen en schreef ruim tien jaar na dato het boek ‘Extreem. Het ware tennisleven van Martin Verkerk’.

“Zondag ga ik de schaal van de tweede plaats ophalen bij de ouders van Martin in Alphen aan den Rijn. Ik zal hem met de grootste zorg bewaken en afleveren in de studio. En daarna snel weer terugbrengen. Want ook voor mij waren die twee weken wel een hoogtepunt in mijn loopbaan.”

Bron: nos.nl