Oud-keeper Nienhuis bewaakt nu geen doel maar gevangenen

0
119

Een koude, mistige avond in Noord-Groningen. Het derde elftal van Aduard 2000 werkt de wekelijkse training af. De bal kaatsen, een paar afwerkoefeningen. De amateurs vervloeken hun ‘interim-trainer’, die ze gebiedt nóg een paar sprintjes te trekken. “Niet nog een keer joh, Leo, doe normaal!”

Bij gemis aan de vaste oefenmeester van het team – “Die vond uit eten met zijn vrouw belangrijker dan ons, haha!” – traint aanvoerder Leonard Nienhuis de groep. Juist ja, de doelman die zijn profcarrière begon bij FC Groningen, definitief doorbrak bij Cambuur en zijn loopbaan in het betaald voetbal vorig jaar afsloot bij Sparta.

Nu is hij terug op zijn geboortegrond en is voetbal enkel nog een hobby. En wie denkt dat hij tegenwoordig de sterren van de hemel keept in de zesde klasse heeft het mis. Sterker nog, Nienhuis speelt tegenwoordig als verdediger. “Tja, met alle respect, op dit niveau krijg je als keeper niet veel te doen”, zegt hij met een knipoog. “En belangrijker, ik heb altijd gezegd: als ik naar de amateurs ga, dan ga ik voetballen. Dat vind ik gewoon mooi.”

Niet tot onvrede van zijn teamgenoten. “Hoe je het ook wendt of keert, hij brengt tenminste een beetje tactiek in het veld”, zegt een van de jongens. “Dikke prima, de beste speler van het dorp”, roept de ander.

Sander Boschker stond tot z’n 39ste onder de lat, Gianluigi Buffon is 41 en lijkt nog niet eens aan stoppen te denken. In de regel weten doelmannen hun loopbaan in het betaalde voetbal het langs te rekken, maar Nienhuis was pas 28 jaar toen hij zijn handschoenen aan de wilgen hing. Hij keepte bijna honderd wedstrijden in de eredivisie, ook al kwam hij in zijn laatste seizoen bij Sparta nauwelijks aan spelen toe.

“De juiste club kwam daarna gewoon niet voorbij. Ik ben misschien vroeg gestopt, maar als ik zie hoe het leven nu is, heb ik zeker geen spijt”, zegt hij. De training met het derde van Aduard zit er inmiddels op – op koude avonden als deze duurt een training in de kelderklasse nooit lang.

Schaduwzijden

In de eredivisie maakte Nienhuis vooral furore als eerste keeper bij Cambuur. De club waarmee hij promoveerde, op het hoogste niveau speelde, en vervolgens ook weer degradeerde. Terwijl hij op het veld onvergetelijke ervaringen opdeed – “de derby’s tegen Heerenveen vergeet je nooit” – werd hij daarbuiten met de schaduwzijden van het leven geconfronteerd. Zo verloor hij binnen vijf jaar zijn ouders, eerst zijn moeder, daarna zijn vader.

Thuis aan de keukentafel schenkt Leonard nog een kop thee in. “Eigenlijk ben ik vooral blij dat ik nu een leven als dat van een normaal mens leidt. Ik ben vrijer, kan dingen doen met mijn gezin, ik geniet.” Het keepen mist hij niet, het wij-gevoel van een voetbalteam soms wel. “Je doet het toch maar met z’n allen. De voetbalhumor, samen in de kleedkamer, alles eromheen. Maar dat is geweest, het was tijd voor wat anders.”

‘Wat wil ik hierna?’

De wekker gaat vroeg en hij moet naar de gevangenis. Daar werkt Nienhuis sinds kort als bewaarder. “Toen het einde van mijn voetbalcarrière naderde, ben ik gaan denken. Wat wil ik hierna? Ik besloot een opleiding te volgen tot beveiliger. Ik hield er al snel een baan aan over.”

Het werk in de gevangenis is uitdagend, Nienhuis vindt het prettig af en toe de spanning op te zoeken. Bovendien is het werk hem niet vreemd. “Mijn familie zit ook in dat wereldje. Zo heeft mijn vader altijd in de beveiliging gezeten.”

Helemaal afscheid van bewaken heeft hij dus niet genomen. Het zijn niet langer doelen, maar gevangenen. “Zo kan je het wel zien, ja. Grappig, het is de eerste keer dat ik er zelf zo over nadenk, maar die houd ik in m’n achterhoofd.”

Bron: nos.nl