‘Tom Dumoulin? Hier komt alleen de naam van Nibali op de weg’

0
163

Ze hangen er alle drie. De rode, de roze en de gele trui. Ingelijst en een handtekening erop. Carlo Franceschi kijkt er naar met zo’n glimlach waar de snik niet ver achter ligt. “Toen Vincenzo hier kwam nadat hij de Giro voor de eerste keer had gewonnen zei hij: ‘Je had gelijk toen je zei dat ik ooit de Giro kon winnen. Hier heb je mijn roze trui. Dank je wel voor alle steun die jullie me hebben gegeven.’ Dat is een mooi verhaal toch?”

We staan bovenaan de trap van het huis waar Giro-winnaar Vincenzo Nibali vanaf zijn 16e woonde. Carlo was zijn gastouder en voorzitter van de wielervereniging in het Toscaanse dorpje Mastromarco. Een wielergek dorpje, dat nu vooral Nibali-gek is. “Ik geloofde er echt in dat hij de Giro kon winnen”, zegt Carlo. “Dat was geen grapje. Toen hij bij ons fietste, reden we vaak wedstrijden tegen veel sterkere ploegen. Ze spanden samen tegen Vincenzo, maar hij reed ze nog steeds op een hoop. Ik had nog nooit zoiets gezien.”

Mastromarco is deel van de gemeente Lamporecchio. Een samenraapsel van dorpjes met zo’n 7500 inwoners. Leonardo Da Vinci kwam er vandaan, maar ondanks zijn 500ste verjaardag is er de komende dagen iets meer aandacht voor de wielerheld die hier deels opgroeide. Als Nibali zondag door de gemeente rijdt in de tweede etappe van de Giro is hij niet de Haai van Messina, maar voor even weer Vincenzo uit Mastromarco.

Het huis van Carlo staat aan de hoofdweg van Mastromarco. Duidelijk zichtbaar vanwege de vlaggen die op de muur zijn geverfd. De rode, roze en gele trui voor alle grote rondes die Nibali heeft gewonnen. En de Italiaanse vlag omdat hij een nationale trots is. Overal in het dorp zie je grote posters en foto’s van de tweevoudig Giro-kampioen aan muren van huizen hangen.

En de hele gemeente bereidt zich voor op de Giro die zondag langskomt. Rijd over de bochtige weggetjes langs wijnakkers en olijfbomen en in elk dorpje lijkt het alsof een zuurstok heeft overgegeven. Strikken op de balkons, de fietsen op de rotondes, de paaltjes op de stoep. Alles is roze. Niet alleen omdat Nibali langskomt. Deze regio heeft een grote wielercultuur en heeft tig grote renners voortgebracht. In het peloton dat zondag voorbij sjeest, zitten zeven renners die zijn opgeleid bij de wielerploeg in Mastromarco. “We worden ook wel de wieleruniversiteit van ItaliĆ« genoemd”, zegt Carlo.

Dus is iedereen in de weer in Mastromarco. “Hele families zijn al dagen bezig om het dorp te benfigurare”, zegt Carlo. Optutten om een goede indruk maken, bedoelt hij. Om te snappen waarom neemt hij me mee naar een koffiebar waar de serveerster op de ladder staat om een grote roze sjerp boven de ingang te hangen. “We zijn een klein dorpje, en zo vaak komt zoiets groots niet bij ons langs.”

“De Giro geeft dit soort kleine dorpjes het gevoel dat ze onderdeel van iets groter zijn. Onderdeel van ItaliĆ«”, zegt Renate Verhoofstad, kenner van het Italiaanse wielrennen. “De Giro is een van de evenementen die voor eenheid zorgen in het land.” En om de trots daarvoor te tonen komt een andere Italiaanse karaktertrek naar boven. Fare la bella figura. Een goede indruk willen maken, al is het maar omdat je maar een minuutje zichtbaar bent terwijl het peloton voorbij raast. “En dan kan een gemeente plotseling wel de gaten repareren die al een paar jaar in de weg zitten”, aldus Verhoofstad.

Na het kopje koffie rijdt Carlo even naar de kapper. Onderweg zien we dat er nog gauw aan de weg wordt gewerkt om wat gaten te dichten. De kapper is de enige man die geen versieringen buiten heeft hangen. “De muur binnen is al roze, haha.” Hij knipte het haar van Nibali toen die nog een broekie was. “Een mooie volle bos. Ik heb niks bewaard helaas. De volgende keer plak ik wel een lok tegen de muur.”

De kapper is lid van de fanclub van Nibali. De CanNibali. Ze hebben een mooie choreografia voor hem bedacht als hij langsrijdt. “We zetten een grote ketel op de parkeerplaats voor mijn zaak, en daar koken we al zijn tegenstanders in.” Ook Tom Dumoulin. “Een groot kampioen, zijn sterke botten zullen heerlijk smaken.”

Onderweg naar de wielervereniging ziet Carlo een paar verfblikken en kwasten staan. “Het heeft geregend dus de namen verven we pas zaterdagnacht op de weg.” Zou hij misschien niet overwegen om de naam van Dumoulin ook op de weg te kalken? “Nee, sorry. We zijn trots dat zo’n grote renner hier komt fietsen en altijd zo positief over ons land en onze ronde praat. Maar hier komt alleen de naam van Vincenzo te staan.”

Tot slot loopt Carlo naar de grote partytent op het terrein van de wielervereniging. Vol met lange tafels, koelkasten met bier en dozen vol Chianti. “We beginnen hier zondag om 08.00 uur met drinken en regionale gerechten. Om 16.30 uur komen de renners langs en het feest gaat dan door tot middernacht.” Allemaal voor de Giro en vooral voor Nibali. “Ik heb in dit leven het genoegen gehad een soort vader voor hem geweest te zijn. Ik ben trots dat ik een steentje heb kunnen bijdragen aan wie hij nu is.” Die snik achter Carlo’s glimlach lijkt dichterbij dan ooit.

Bron: nos.nl