‘Van der Poel volgt Terpstra op in Ronde van Vlaanderen’

0
125

Dit verhaal hoeft niet te beginnen met het feit dat we al heel lang op een Nederlandse zege wachten. De titelverdediger in ‘De Ronde’ is namelijk Niki Terpstra. Maar de vraag is of hij het opnieuw kan. Volgens de wielerkenners is een andere Nederlander dit keer favoriet.

“Ik zet Mathieu van der Poel op één”, is verslaggever Han Kock gedecideerd. “Waarom? Hij is ontzettend goed. Ik denk dat wij allemaal nog niet weten hoe goed hij wel niet is. Hij heeft zijn sprint, hij durft te koersen, hij durft onverwachte dingen te doen. Dat kan in Vlaanderen heel goed uitpakken.”

“Van der Poel rijdt op intuïtie”, vervolgt Kock. “Het was misschien niet logisch wat hij deed in Dwars door Vlaanderen, al zo vroeg aanvallen op zestig kilometer van de streep, maar het werkte wel. Ik ben ook niet meer verbaasd als hij zondag wint.”

Meer dan vijf favorieten

De vijf namen kwamen niet eenvoudig tot stand. “Ik had nog wel zestien namen kunnen opnoemen als favoriet. Van Avermaet had er bijvoorbeeld ook tussen kunnen staan. Maar ik zet Stybar en Van Aert op twee en drie. Die zijn allebei steengoed. Stybar geef ik vier sterren, want hij heeft een net iets betere ploeg. Dat werkt in zijn voordeel. Maar ook Van Aert is ongemeen sterk.”

Vooral de klassieker van vorige zondag was blijk van het vormpeil van Van Aert en Stybar. Op de Kemmelberg reed dat tweetal de rest op achterstand. “Van Aert explodeerde op de Kemmelberg, tijdens Gent-Wevelgem. Daar liet hij zien favoriet te zijn. Hij gaat meedoen om de zege. Ook omdat hij het aandurft een wedstrijd te maken en open te breken. Van Aert en Van der Poel maken zondag de koers. Want wanneer zij denken dat het moet, gaan ze ook.”

“Sagan? Daar staan wel 26 vraagtekens achter. Maar schrijf hem nooit af. En Jungels? Ik denk dat hij de Terpstra-rol over gaat nemen. Hij is in topvorm en hij kan alleen wegrijden, met een sterke ploeg achter zich. Zoals Terpstra vorig jaar de Ronde won.”

“Niki? Ja, zeg het maar. Hij heeft zich nog niet echt laten zien. Hij werd derde in Kuurne en Le Samyn, maar daarna hebben we hem niet echt gezien. Vorig jaar had hij een superjaar, maar dat kan nu alsnog. Je moet ook hem niet afschrijven.”

“Een kanttekening nog: het is een lange koers, 270 kilometer. Sinds 1999 is de Ronde van Vlaanderen niet meer zo lang geweest. En sprinten na die afstand is andere koek dan na 200 kilometer. Dat spreekt weer in het voordeel van een Van Avermaet.”

Bron: nos.nl