Vijf jaar eredivisie heeft Ests voetbalicoon Oper voor altijd besmet met Oranjevirus

0
128

Bijna vijf jaar speelde de Est Andres Oper in Nederland, bij Roda JC en ADO Den Haag. Nu, meer dan negen jaar na zijn laatste eredivisiewedstrijd, kijkt de inmiddels 41-jarige voormalige spits uit naar het EK-kwalificatieduel tussen Oranje en Estland, vanavond in Tallinn.

Want de topscorer van de nationale ploeg, die zich volkomen ongestoord door de straten van hoofdstad Tallinn kan bewegen, juicht natuurlijk voor het Estse team, maar krijgt ook “een grote lach” op zijn gezicht als hij naar het Nederlands elftal kijkt. “Het wil altijd een bepaalde manier van totaalvoetbal spelen.”

Genieten van Oranje

“Ooooh! Aaaah! Geweldig”, klinkt het over het terras van café Troika op het gezellige stadhuisplein in het oude centrum van Tallinn. Op een telefoon kijkt Oper, een van de beste voetballers die Estland heeft voortgebracht, naar de samenvatting van Duitsland-Nederland, een memorabele wedstrijd die Oranje in Hamburg met 4-2 won.

“Kijk, dit is waarom ik van jullie voetbal hou”, vertelt Oper terwijl hij de 3-2 van Donyell Malen terugspoelt. “Kijk hoe hoog Oranje druk zet op de Duitsers. De bal wordt afgepakt, een prachtige pass naar voren van Daley Blind, het snelle doordraaien van Memphis Depay en het wippertje van Georginio Wijnaldum. Schitterend.”

Maar wat graag praat Oper over de Nederlandse manier van voetballen, een van de redenen hem in zijn geboortestad op te zoeken. Letterlijk gezien blijkt dat nog best lastig, want opvallen doet hij niet. En op een paar nieuwsgierige blikken op het terras na laten de Esten hun voormalig international met rust. Taferelen met handtekeningen- en selfiejagers zijn Oper vreemd.

“Nee, daar zijn Estse mensen te verlegen voor”, vertelt hij, daarbij zelf al even verlegen glimlachend. “Alleen toen ik laatst bij een concert van Metallica was, wilden tientallen mensen met mij op de foto. Maar dat lag misschien aan al het bier dat zij hadden gedronken.”

Het missen van Nederland

Het moge duidelijk zijn: bescheidenheid siert de Est. Oper weet dat hij een bekendheid is, maar is zeer terughoudend om erover te praten. Liever praat hij over het Nederlandse voetbal en de wedstrijd van vanavond, de Estse ploeg en zijn tijd in Nederland, het land dat hij mist. Vier seizoenen Roda JC (2005-2009) en een half jaar ADO (2010) beschouwt hij als de mooiste jaren van zijn loopbaan.

“Ja, ik mis het zeker”, zegt hij zonder aarzelen. “Nederland heeft mij veel gegeven. Ik genoot ervan om er te voetballen en mis Maastricht, de stad waar ik woonde. Maar ook jullie manier van leven, het doen en laten.”

“Zo zei één speler bij Roda altijd ‘ja, maar’ als de coach iets vertelde. Jullie zijn het nóóit ergens mee eens, gaan altijd in discussie”, zegt Oper, die nog altijd een aardig woordje Nederlands spreekt.

In zijn eerste twee seizoenen in Kerkrade werd de spits clubtopscorer. In 2005/2006 reikte Oper met Roda tot de halve finales van de KNVB-beker, waarin Ajax in Amsterdam pas na verlenging te sterk was.

“Ik had matchwinner kunnen zijn”, aldus Oper, nog zichtbaar balend als hij terugdenkt aan hoe de door hem gemaakte goal door een omhaal van Klaas-Jan Huntelaar in blessuretijd werd goedgemaakt.

In Estland herinnert men zich Oper onder meer van een van de 38 goals die hij maakte voor de nationale ploeg, op 2 juni 2001 bij de opening van de A. Le Coq Arena, tevens het decor voor de wedstrijd van vanavond. Na ruim een uur spelen schoot Oper die avond, nota bene tegen Nederland, de bal verwoestend hard achter doelman Edwin van der Sar.

Bekijk in onderstaande video de goal van de toen 23-jarige Oper tegen Oranje:

Een lach van oor tot oor siert zijn gelaat als we het doelpunt nogmaals voor hem afspelen. “Die goal bracht zoveel goede emoties bij de mensen hier. En het was tegen een van de beste ploegen op dat moment, het Oranje met Ruud van Nistelrooij, Patrick Kluivert, de broertjes De Boer… Ik keek echt tegen hen op.”

‘Naar buiten en lekker voetballen’

Nooit is Oper Oranje uit het oog verloren, altijd is hij van de ploeg blijven genieten. Ook toen het minder ging, maar zeker nu. “Het Nederlands elftal heeft een paar jaar in een dip gezeten, maar is er nu weer bovenop. Het wil altijd een bepaalde manier van totaalvoetbal spelen. Altijd de bal willen hebben, altijd willen aanvallen.”

“Die aanvallende instelling vind ik mooi en daarvan heb ik echt genoten in de eredivisie. Jullie zijn niet bang”, vertelt Oper, waarna hij zich (onbedoeld) bijna op Cruijffiaanse wijze uitdrukt. “Wie of wat het ook is, jullie gaan naar buiten en gaan lekker voetballen.”

Met die instelling moet Estland vanavond ook het veld betreden, vindt Oper, tot voor kort assistent-bondscoach van de ploeg. Hij vertrok in juni samen met hoofdtrainer Martin Reim, die vond dat het team, mede ingegeven door een pijnlijke 8-0 nederlaag tegen Duitsland, een nieuwe impuls nodig had.

“Estland moet niet bang zijn om te falen tegen de grote namen vanavond”, vindt Oper, die graag praat over de sterktes van Nederland, maar de kaken stijf op elkaar houdt als we vragen naar wat voor Oranje enigszins een struikelpunt kan zijn.

“Nee, nee, nee”, zegt hij. “Dan ben ik straks degene die advies geeft aan de tegenstander. Echt niet.”

“Maar ik denk niet dat wij ‘open voetbal’ zullen spelen. We moeten compact spelen en wachten op onze kans in de tegenaanval. We hebben een paar snelle, jonge spelers. Wellicht dat een wedstrijd tegen Nederland hen doet opleven en zonder angst laat voetballen.”

Bron: nos.nl