Wat moet er met de kampioensschaal gebeuren? ‘Veilen voor een goed doel’

0
28

Er komt een auto aanrijden bij het stadion. Cameraploegen en fotografen vliegen erop af. De directeur van de KNVB stapt uit, doet de kofferbak van zijn auto open, haalt een koffertje tevoorschijn en laat de kampioensschaal zien als een vader die trots zijn pasgeboren kind toont.

Dit geschetste beeld kent iedereen. Maar we zullen het dit jaar niet meer zien. Daarom de vraag: waar is de schaal van het seizoen 2019/2020? En wat gebeurt er eigenlijk met die schaal?

Een antwoord op de eerste vraag is na navraag bij de KNVB gemakkelijk te geven: die hangt het hele seizoen al op het bondsbureau in Zeist. Net als de kampioensschalen van de Keuken Kampioen Divisie en de Eredivisie Vrouwen.

Een antwoord op de tweede vraag heeft de KNVB nog niet. “Op dit moment is nog niet bekend wat er met deze schalen gaat gebeuren”, luidt de officiële reactie. “Nu de schalen niet kunnen worden uitgereikt, zullen we op een later moment moeten gaan bedenken wat we ermee gaan doen.”

En dus zet de zoektocht zich voort en moet, om een antwoord te krijgen op de vraag wat er moet gebeuren met de kampioensschaal van het seizoen 2019/2020, de hulp worden ingeschakeld van mensen die er iets over kunnen en mogen zeggen.

“Ja, lastig. Wat gebeurt er met de trofee voor het Eurovisie Songfestival? Zo kan je wel even doorgaan”, zegt Bert van Oostveen, die van 2010 tot 2016 de directeur van de KNVB was. “Je zou de schaal kunnen veilen en de opbrengst kunnen schenken aan een goed doel. Dat lijkt me wel aardig.”

Henk Kesler, van 2000 tot 2010 de bondsdirecteur, denkt daar anders over. “Veilen? Dan loopt er dus iemand rond met een schaal van een competitie die niet gespeeld is? Er is geen kampioen, dus we moeten nou niet allerlei dingen gaan bedenken. Die schaal moet geen eigen leven gaan leiden”, zegt hij stellig.

Kesler gaat verder: “Het kampioenschap wordt niet uitgereikt. Die schaal moet terug naar degene die hem gemaakt heeft, waarna hij vernietigd of omgesmolten kan worden. Een alternatief is nog dat hij heel diep begraven wordt bij de KNVB in Zeist. Maar dan ook echt heel diep. En dat er dan over 200 jaar mensen zijn die hem vinden. Dat is een meer romantische gedachte.”

Dan de maker, waar Kesler al naar verwijst. Weet die misschien meer over wat er moet gebeuren met de schaal? “Goeie vraag, waarop ik het antwoord schuldig moet blijven”, zegt Martijn van Zon van Tingieterij ‘t Oude Ambacht, waar de KNVB al sinds 1985 een samenwerking mee heeft.

“We maken die schaal aan het begin van het seizoen, zodat hij het hele jaar in de vitrine van het bondsgebouw in Zeist kan hangen. Misschien krijgt hij ergens een plekje in het museum, het blijft een bijzonder jaar. En anders komt ‘ie gewoon weer terug bij ons en dan smelten wij ‘m om.”

Dat omsmelten gebeurt al met replicaschalen, die altijd worden gemaakt als er op een ander veld ook een club tot kampioen kan worden gekroond. Het verschil met een echte schaal is niet eens zo heel groot.

Een echte schaal is gegraveerd en is dus duurder, mooier en heeft een watermerk aan de achterkant van de tingieterij. De replica is qua materiaal wel hetzelfde, maar de tekst wordt gelaserd en niet gegraveerd.

“Die replicaschalen komen weer bij ons terecht en wij smelten ze om. Simpelweg zodat er niet meerdere exemplaren in omloop komen”, legt Van Zon uit. “Het kan een gewild artikel zijn voor supporters.”

Tweede echte schaal

Alleen in 2007 was er, vanwege de unieke situatie met drie clubs die kampioen konden worden, een tweede echte schaal gemaakt. Met dus een gegraveerde tekst. Die was dat jaar in Tilburg bij Willem II-Ajax. Ook die werd, net als de replicaschaal die dat jaar in Eindhoven was, naderhand omgesmolten.

Als tingieter Van Zon er langer over nadenkt, vindt hij veilen voor een goed doel een hele goede optie. “Het is toch al gemaakt en op die manier kun je er nog een doelgroep mee helpen. De vraag is of de KNVB dat wil. Misschien moet hij dan iets aangepast worden, dat je duidelijk kunt zien dat het een ‘special edition’ is. Maar het zou zeker een museumstuk kunnen zijn.”

Bron: nos.nl