Weinig gewonnen, veel genoten, en nu gaat ‘Lau’ roadtrippen

0
3

Sinds het voorjaar weet hij: het leven als profwielrenner zit er wel zo’n beetje op. Laurens ten Dam (38) kan nog steeds niet zonder een fiets en reizen vindt hij geweldig, maar het chagrijnig thuiskomen na een koers of weer een valpartij, dát hoeft niet meer. “Het is mooi zo.”

We spreken de Nederlander aan de vooravond van de Ronde van Lombardije, zijn laatste wedstrijd als prof, als hij al is ingecheckt in zijn hotel in Bergamo.

Komt het even uit?

“Ja, wacht even. Serge! Ik ga even die fles wijn voor je halen. Ben zo terug. Ja, sorry, ga verder. Waar dat over ging? Ik heb een weddenschap verloren met mijn ploegmaat Serge Pauwels. We reden een keer een koude editie van Lombardije, maar ik had het jaartal mis. Niet echt bijzonder.”

Je hebt heel wat hotelkamers gezien. Alleen al in grote rondes kwam je tot 350 etappes. Bijna een jaar lang.

“Aparte statistiek zeg. Als je daarover nadenkt… En dan zitten we vaak een paar dagen daarvoor al in een hotel. Meer dan een jaar doorgebracht in hotels. Tijd om te stoppen.”

Ga je het missen?

“Nou, het reizen heb ik altijd wel mooi gevonden. Dat was een van de geneugten van mijn sport. Maar het veel weg zijn van huis of het chagrijnig thuiskomen na een koers of een valpartij, dat kan me wel gestolen worden.”

Over die carrière. Je was geen veelwinnaar. Je won in 2008 voor het laatst een rit. Wat was je voor renner?

“Weet ik eigenlijk niet zo goed. In het begin van mijn carrière was ik meer een puncher, een tijdrijder. Maar ik werd meer een klimmer. Eentje die op goede dagen met de besten mee omhoog kon.”

Had je meer kunnen winnen? Heb je ergens spijt van?

“Er schiet me één wedstrijd te binnen. Ik was alleen voorop, het was een beetje nat. En ik ging iets te rustig door de bochten. Daardoor pakten ze me terug en werd ik achtste. Gert Steegmans won de sprint. Dat vond ik wel jammer. Waar het was? Ronde van Picardië, 2006.”

Heb je alles uit je carrière gehaald?

“Zeker. Dat is ook het grote compliment dat ik krijg van collega’s en van mijn oude coach Marijn Zeeman. Dat ik met mijn talent verreweg het meeste uit mijn carrière heb gehaald. Ik kwam over als een losbol, maar ik heb toptien gereden in grote rondes, ik kon af en toe Valverde partij bieden bergop. Daar ben ik trots op. En ik won de Giro met Tom Dumoulin in 2017. En ik was bovendien 22ste in mijn eerste Tour, als knecht van Denis Mentsjov.”

“Maar hoogtepunten noemen, het voelt een beetje ongemakkelijk hoor. Ik ben dit jaar ook expres niet naar criteriums gegaan. Want ik heb niets gepresteerd, dus hoef ik ook niet in een open kar te worden rondgereden. Dat is voor andere mannen. Ik ben niet zo’n zwaaier.”

Je zal worden herinnerd als de helft van ‘Bau en Lau’, vanwege de Tours die Bauke Mollema en jij reden in 2013 en 2014.

“Ik heb er goede herinneringen aan. Ik zie Bau heel weinig tegenwoordig. We bellen allebei niet echt, maar dat is een heel mooie periode geweest. We gaan zaterdag na de koers uit eten.”

“Of dat ook mijn beste periode was? Dat is lastig te zeggen over zestien jaar. De Tour van 2014 wel. Ik kan me ook een Omloop Het Volk herinneren in 2007, waarin ik heel goed reed.”

“Mijn minste jaren waren in elk geval 2010 en 2015. Dat kwam mede door valpartijen. Maar er kwamen goede dingen uit voort. Kijk, als iets niet loopt, ga ik veranderen. Zo had ik een keer een slecht jaar, was ik hard gevallen, had ik mijn pols gebroken en toen besloten we om naar Santa Cruz te gaan.”

“Later, in 2016, na weer een slecht jaar door een val, zijn we een jaar in de VS gaan wonen. Dat is een van mijn beste keuzes geweest.”

Wat ga je hierna doen?

“Het is nog niet volledig in beton gegoten. Ik doe het liefst dingen die ik leuk vind. Zoals een maand roadtrippen in de VS of gravelkoersen organiseren met goede muziek, lekker bier en mooie barbecues.”

“Vorige maand hadden we de LtD Gravel Raid, een wedstrijd over grindpaden. Dan zitten er ‘s avonds vierhonderd man in een tent te genieten van een hamburger. Dat vind ik mooi.”

“Na Lombardije blijf ik eerst even in Italië, ik ga met Sam Oomen en Stefan Bolt, de jongen waarmee ik de podcast (Live Slow Ride Fast, red.) opneem, een stuk over de oude pelgrimsroute van Milaan naar Rome fietsen. Daar worden beelden van gemaakt die we later op YouTube zetten en we nemen ook een soort end of career-podcast op.”

“Daarna ga ik eind november in Marokko in de woestijn fietsen en volgend jaar ga ik de Dirty Kanza rijden, een gravelkoers in de VS. O, en in februari komt er ook een leip project aan, maar daar kan ik nog niets over zeggen.”

Kun je daar allemaal van rondkomen?

“Ik blijf actief met mijn merk, Live Slow Ride Fast. Maar het draait bij mij niet om geld verdienen. Met de podcast overigens ook niet. Het is begonnen als een gebbetje, nu heb ik 1,8 miljoen downloads in anderhalf jaar tijd. Dat is een teken dat mensen erin geïnteresseerd zijn.”

“Wat ik eraan overhoud, weet ik niet. Vind ik ook niet belangrijk. In een ander interview zei een journalist dat ik nu van beroepswielrenner naar beroepsavonturier ga. Dat vond ik wel een mooie typering.”

Tenslotte: je was zestien jaar lang prof, reed tien Tours uit, maar wat was nou jouw mooiste dag op de fiets, of jouw mooiste herinnering?

“Poeh, dat weet ik niet zo gauw. Misschien komt die dag nog. Van Lombardije wil ik in elk geval genieten. Van de Sormano en de Ghisallo. En ik wil finishen, want dat is me nog niet zo vaak gelukt hier.”

Bron: nos.nl